“Mevrouw; is Nieuwegein rechtdoor?”

Het was een Septemberse maandagavond en de zon begon al laag te hangen.

Hij, een jaar of dertien. Gekleed in het zwart, zijn fiets zwart. Maar zijn ogen een weerspiegeling van groen water in bergmeren op weg naar azuurblauwe zeeën. Hij vroeg mij, mevrouw, of Nieuwegein rechtdoor is?

Nieuwegein; ontstaan uit een samenvoeging van vroegere steden, maar vooral bekend als naastgelegen gemeente ten Zuiden van de stad Utrecht, was inderdaad rechtdoor. Ik wees hem de weg en vertelde dat het kruispunt hem vanzelf naar links zou leiden.

Hij fietste stug door, maar toch keek hij achterom. Eén keer, een tweede… en tot slot een derde, terwijl hij zijn trappers tot stilstand bracht.

Hij fietste door. Ik vervolgde enigszins vertraagd mij weg. Hij stelde mij een simpele vraag, onwetend dat hij daarmee een orakel aan gedachten vrijliet. In de verte zag ik hem al fietsend verdwijnen naar Nieuwegein. Hij fietste stug door, maar toch keek hij achterom. Eén keer, een tweede… en tot slot een derde, terwijl hij zijn trappers tot stilstand bracht. Hij wachtte op mij en vroeg nogmaals of hij in de goede richting fietste? Ik heb hem gerustgesteld, zijn vraag bevestigend beantwoord en een glimlach met hem gedeeld.

Maar hij fietste niet door. Hij bleef staan en vertelde zonder enige aanleiding daartoe dat hij ‘al’ helemaal vanuit Vleuten naar Utrecht is gefietst. Zijn ‘al’ is voor een ander een nietszeggende vijftien kilometer en 45 minuten, maar voor hem was het nu alles. Zijn wereld lag op dat moment aan zijn voeten in de vorm van fietspedalen. Hij had mij als richtingaanwijzer niet nodig. Verre van. Zijn wijzers verblijven in hem; hij is het zelf. Maar hij had even behoefte aan een spreekwoordelijk schouderklopje in de vorm van herkenning.

En dat is een gemeenschappelijk goed, want uiteindelijk wil elke ziel begrepen worden. In eerste instantie door zichzelf; jij alleen voldoet. Maar herkenning en begrip en de daarbij horende ‘Want je bent niet alleen… hier, hierin’, eveneens. Soms, is begrip in vorm van herkenning terug te vinden in de meest simpele vormen, op uiterst onverwachte momenten. Al is het maar voor even.

Hij bleef nog een tijdje zwijgzaam naast mij fietsen en ging uiteindelijk rechtdoor met de bocht naar links op het kruispunt. Ik riep hem ‘succes’ na en hij tilde zijn arm op. Zonder achteromkijkende blik, maar met gedeelde sprekende stilte. Want hij, hij was op de juiste weg. Zo geschiedt dat; het begin is gekregen, de weg liet hij de vrije loop en hij liet zich leiden; alleen.

Mersiha Ćuk